Je kunt niveaukrommen van een functie vergelijken met hoogtelijnen op een (wandel)kaart of druklijnen op een weerkaart; zie de voorbeelden hieronder.

De isohoogtelijnen verbinden alle punten met dezelfde hoogte met elkaar. Isodruklijnen verbinden punten met gelijke druk. Op dezelfde manier verbinden niveaukrommen alle punten met elkaar waarbij de functie een bepaalde waarde heeft. Zie ook Voorbeeld 1, Voorbeeld 2 en Voorbeeld 3.